DBC Onderhoud

Dbc-regels registratie - 2019

Filter op:

U kunt voor u niet-relevante informatie verbergen door de instellingen die niet voor u van toepassing zijn uit te vinken.

Type instelling

Crisisdienst

Typeren crisis-dbc

Zorgtypen

Bij een crisisinterventie kunt u kiezen uit twee zorgtypen:

  • Crisisinterventie zonder opname - 301
  • Crisisinterventie met opname - 302

U mag maar één zorgtype selecteren, maar kunt deze tijdens de looptijd van de dbc wijzigigen als dat nodig is, bijvoorbeeld als bij nader inzien toch opname gewenst is. Het zorgtype moet bij het sluiten van de dbc juist geregistreerd zijn. 

  • Crisisinterventie zonder opname – 301
    De patiënt komt ambulant voor een crisisinterventie bij de crisisdienst. Het initiatief ligt bij de patiënt zelf, bij familie of het sociale netwerk, bij de politie of bij de huisarts. Er is geen sprake van opname. Als een patiënt uit crisiszorg gaat of overgaat naar een reguliere behandeling, sluit u deze dbc. Deze dbc’s hebben een looptijd van maximaal 28 kalenderdagen en bevatten geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting).
     
  • Crisisinterventie met opname – 302
    Het gaat hier om een crisisinterventie met een klinische opname met crisiscontacten bij een crisisdienst. Als een patiënt uit crisiszorg gaat of overgaat naar een reguliere behandeling, sluit u deze dbc. Deze dbc’s hebben een looptijd van maximaal 28 kalenderdagen en bevatten 1 tot 28 verblijfsdagen met overnachtingen.

Diagnosen

U hoeft binnen een crisis-dbc geen diagnose te registreren. De diagnose heeft namelijk geen invloed op de afleiding naar het crisis-zorgproduct. Kies bij het openen van een eerste crisis-dbc een zo goed mogelijk passende (werk)diagnose. Als de patiënt opnieuw in crisis raakt kan dit, ongeacht de diagnose waarvoor de patiënt in behandeling is, worden geregistreerd binnen hetzelfde crisiszorgtraject.

Afdrukken